Noteer de gevraagde toonladders.
De voortekens kunnen voor de noten worden gezet, of
als vaste voortekens bij de sleutel
D majeur (vioolsleutel)
f mineur, melodisch stijgend
en dalend (bassleutel)
cis mineur, harmonisch
(vioolssleutel)
2)
Geef de voortekens
bij de noten en/of als vaste voortekens bij de sleutel.
g is de derde
toon van een majeurladder (bassleutel)
fis is de vijfde
toon van mineur harmonisch (vioolsleutel)
as is de zesde
toon van melodisch dalend (bassleutel)
3)
Noem bij elke opgave de majeur-
of mineurtoonladder, waarin de gegeven reeks tonen
thuishoort.
INTERVALLEN
4)
Noteer de gevraagde intervallen.
a)
b)
c)
d)
grote terts OP
de gegeven noot
verminderde septime
ONDER de gegeven noot
kleine sext OP
de gegeven noot
reine kwint ONDER
de gegeven noot
5)
Benoem de gegeven
intervallen.
a)
b)
6)
Noteer de/een
consonante oplossing van de gegeven dissonante intervallen.
a)
b)
c)
DRIEKLANKEN
7)
Noteer de gevraagde
drieklanken.
a)
b)
c)
d)
majeurdrieklank
in 4\6-ligging OP de gegeven noot
verminderde drieklank
in 6-liggin ONDER de gegeven noot
overmatige drieklank
in grondligging OP de gegeven noot
kleine drieklank
in 4\6-ligging ONDER de gegeven noot
8)
Benoem soort en
ligging van de volgende drieklanken.
a)
b)
c)
9)
In welke toonladders
(majeur en mineur) komen de volgende drieklanken voor?
Welke trappen vormen ze dan? (Gebruik alleen voor V
en VII harmonisch mineur)
a)
b)
DOMINANT 7-AKKOORD
10)
Noteer het dominant-septiemakkoord
in de gevraagde ligging.
a)
b)
c)
11)
Noteer de gevraagde
dominant-septiemakkoorden in de gevraagde toonsoorten.
a)
b)
c)
5\6-ligging
in de toonsoort A majeur
3\4-ligging
in de toonsoort b mineur
2-ligging
in de toonsoort Des majeur
12)
Benoem de ligging
van de volgende dominant-septiemakkoorden en geef de
toonsoort waarin ze voorkomen.
a)
b)
MELODIEANALYSE
13)
In het volgende
literatuurfragment is de vaste voortekening direct voor de
noten geplaatst. Bepaal de toonsoort.
R. Strauss "Nichts"
14)
Welk akkoord
wordt in de onderstaande melodie gevormd door de omcirkelde
noten? In welke ligging?.
R. Strauss "Die Nacht"
15)
Vul de maatsoort
in bij de onderstaande melodie.
RITME
16)
Noteer het onderstaande
ritme zodanig (door de noten te groeperen) dat de maatsoort
in een oogopslag duidelijk wordt.
17)
In het onderstaande
ritme zijn in totaal twee noten weggelaten.
Vul ze in.
AKKOORDEN
18)
Benoem soort
en ligging van de gemarkeerde akkoorden.
19)
Noteer de volgende
akkoorden (trappen).
a)
b)
In de toonsoort
bes klein: IV in 6-ligging
In de toonsoort
E groot: III in 4\6-ligging
20)
De overmatige
drieklank c-e-gis kan op 2 manieren worden geënharmoniseerd,
waarbij het type drieklank gelijk blijft maar de ligging verandert.
Geef de andere 2 enharmonisaties en bepaal tevens de
toonladders waarin de akkoorden te vinden zijn.