|
Toelatingsexamen Klassiek
|
|
|
|
|
|
Solfège
|
A.
|
Noteer de melodie
van de volgende vijf fragmenten.
Tijdens de toets hoor je elk fragment 3x. |
|
B.
|
Noteer het ritme van
de volgende vijf melodiefragmenten.
Tijdens de toets hoor je elk fragment 3x. |
|
C.
|
Je hoort vijf melodiefragmenten.
In elk fragment zit een 'foutje'. Wijs het aan.
Tijdens de toets hoor je elk fragment 2x. |
|
D.
|
Je hoort vijf driestemmige
fragmenten.
Let vooral op het slotakkoord. Bepaal hiervan:
- het soort drieklank
(groot, klein, verminderd of overmatig)
- de ligging (grondligging,
6-ligging of 4\6-ligging)
- de plaats van de bovenste
en de laagste toon van het slotakkoord in de toonsoort
(1, 2, 3, 4, 5, 6 of 7)
Tijdens de toets hoor je elk
fragment 3x. |
|
E.
|
Zing de volgende twee melodieën
van het blad. |
|
F.
|
Voer de volgende ritmes
uit. |
|
G.
|
Zing de volgende melodie
met begeleiding. |
|
H.
|
Zing het volgende lied
met begeleiding. |
.
|
|
|